Een nieuw curriculum. Hoe het wel en niet moet.

Wordt u soms ook een beetje moe van de karikatuur die (vanaf de zijlijn) van het onderwijs wordt geschetst? Dat u iets leest en denkt: “Maar dat doen we toch al lang?”, of “Dat is toch al eerder geprobeerd, zonder veel succes.” En krijgt u dan ook een “laat maar zitten, zal wel weer overwaaien”-gevoel?

Een elf jaar oud programma?

Een aantal weken geleden was het weer raak. De Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer liet zich op 13 en 19 april door experts informeren over Onderwijs2032, vanwege de ‘licht’ besmette naam inmiddels omgedoopt tot ‘curriculumherziening’.

De voorzitter van de coördinatiegroep Onderwijs2032, Theo Douma, schoolleider van Openbaar Onderwijs Groningen, zei bij Nieuwsuur dat “leerlingen in Nederland uitgedaagd willen worden en dat dat niet lukt met een programma dat elf jaar geleden voor het laatst is aangepast. Het is een gedateerd curriculum, onvoldoende gericht op deze snelle, digitale wereld, en vakken zouden veel meer interdisciplinair gegeven moeten worden.”, aldus de hoofdcoördinator.

Maar, beste Theo, wist je niet dat het curriculum continu wordt bijgewerkt? Waarom die karikatuur van een elf jaar oud programma?

Leraren kijken (bewust) toe vanaf de zijlijn

Eén van de belangrijkste inzichten van de Vaste Kamercommissie Onderwijs werd mooi opgeschreven op het online platform van Didactief: “De vakverenigingen zijn naar eigen zeggen niet of nauwelijks geconsulteerd in het proces van curriculumvernieuwing. Noch door de commissie Schnabel, noch door de Onderwijscoöperatie.” Wat? Bij een curriculumherziening voor het gehele basis- en voortgezet onderwijs is er geen contact geweest met de vakverenigingen? Ja, inderdaad.

Het zal vast te maken hebben met het feit dat het Onderwijs2032-advies reeds lang van tevoren was voorgekookt door het ministerie van OCW. Leraar en onderwijsjournalist Johannes Visser schreef daar een sterk stuk over. De inbreng van leraren was helemaal niet meer nodig.

Maar het zal ook te maken hebben met het “laat maar zitten, zal wel weer overwaaien”-gevoel van de gemiddelde leraar. “Waar heb ik dit toch eerder gelezen?”, denkt die leraar. Oh ja! Studiehuis, basisvorming, Tweede Fase, het ‘nieuwe leren’, daar gaan we weer!

Er wordt continu vernieuwd

In de tussentijd staan de leraren echt niet stil en ploegen zelf rustig verder met vakvernieuwing. Zonder grote, landelijke aandacht en politieke bemoeienis maar met de nadruk op vakinhoud. Niet vanuit 21st century skills maar vanuit kennis (de vaardigheden volgen dan vanzelf). De meest recente vakvernieuwing betreft het vak ‘bedrijfseconomie, ondernemerschap en financiële zelfredzaamheid’, in de volksmond ‘bedrijfseconomie’.

Op 1 augustus 2018 start het vak bedrijfseconomie in 4 havo en 4 vwo en vervangt daarmee het huidige vak M&O. Het nieuwe programma heeft meer samenhang en minder plichtmatig rekenwerk. Met grote thema’s als financiële zelfredzaamheid en ondernemerschap staat het perspectief van de leerling centraal.

Hoe moet dat eigenlijk, zo’n vakvernieuwing?

Leraar en lerarenopleider Ton van Haperen vatte het mooi samen in de Volkskrant: “Een curriculum ontwerpen doe je zo. De politiek vraagt aan experts, uit wetenschap en praktijk: welke vakken onderwijzen leraren aan kinderen? Welke onderwerpen zijn relevant? Van daaruit vormt zich een voorstel. Dat gaat naar het onderwijsveld. Zonder draagvlak geen verbetering. Vakken en inhoud krijgen vervolgens een nationale vaststelling. Maak daar lesmateriaal, toetsen en examens bij. Laat ruimte voor eigen invulling. Monitor de uitvoering. En ja, dit lijkt op staatspedagogiek. Maar dat is altijd beter dan die rare Schnabeltjeskrant waarin elke puber zijn eigen kennis fabriceert.

De vakvernieuwingscommissie m&o

Op 11 februari 2013 kwam de vakvernieuwingscommissie m&o onder leiding van prof. dr. Arnoud Boot voor het eerst samen in Den Haag. Een commissie bestaande uit zes leraren, zes hoogleraren / hbo-docenten en een vertegenwoordiger van SLO en Cito. Anderhalf jaar later lag er een stevig inhoudelijk voorstel voor het nieuwe examenprogramma. In de tussentijd waren er maandelijkse commissievergaderingen in Utrecht, Amsterdam en Den Haag, werd er een leerlingenenquête gehouden onder 200 middelbare scholieren en 70 studenten, en werd (in de vakanties en ‘s avonds) hard geschreven aan een nieuw examenprogramma. Niet onder het mom “De wereld verandert razendsnel, het moet allemaal anders” maar met het bestaande programma als startpunt. Tussentijds werden er verschillende veldraadplegingen georganiseerd (voor de welbekende draagkracht onder leraren) en werd de ontvangen feedback besproken in de commissie en waar mogelijk verwerkt.

Een nieuwe lesmethode bedrijfseconomie

Twee leden van de vakvernieuwingscommissie m&o hebben de handen ineen geslagen. Dr. Marc Schauten is universitair hoofddocent Finance aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en kerndocent bij ROC Mondriaan, School voor Economie in Delft. Drs. Henk Douna is docent economie en m&o op Het Amsterdams Lyceum en mede-oprichter van Cumulus. Na Cumulus economie voor de onderbouw en bovenbouw ontwikkelen zij nu samen Cumulus bedrijfseconomie voor havo en vwo. Begin juni 2017 verschijnen de eerste lessen online.

Een duidelijke verhaallijn

Cumulus bedrijfseconomie bestaat uit vijf samenhangende thema’s en een zesde thema met keuze-onderwerpen:

1. Geldzaken: we volgen een persoon die een eigen bedrijf opricht. Maar eerst moeten de persoonlijke financiën op orde worden gebracht. De leerling probeert (samen met de leraar) antwoord te geven op grote vragen zoals: Moet ik wel of niet zelf sparen voor mijn pensioen?, Ga ik een huis huren of kopen?, Ga ik mij wel of niet aanvullend verzekeren?, Wordt het een samenlevingscontract of toch een geregistreerd partnerschap?, Moet ik die erfenis van mijn tante aanvaarden?

2. Ondernemerschap: op de middelbare school begon het geniale idee voor een eigen bedrijf al te groeien. Wordt het voor onze hoofdpersoon niet eens tijd om een eigen onderneming te starten? Eerst moet er een marketingplan worden gemaakt. Dat kan op de achterkant van een bierviltje maar mag ook best iets uitgebreider: Wie zijn m’n klanten?, Hoe groot is de markt? Wat wordt mijn merknaam en huisstijl?

3. De eenmanszaak: het marketingplan wordt vertaald in een financieel plan (balans, ontvangsten en uitgaven, opbrengsten en kosten). De onderneming start als eenmanszaak.

4. De bv: de onderneming groeit en wordt omgezet in een bv. Dat lijkt eenvoudig (zeker sinds de introductie van de flex-bv) maar de overgang van één eigenaar naar meerdere aandeelhouders valt in de praktijk nog vies tegen. De ondernemer krijgt bovendien te maken met zaken zoals personeelsbeleid, overnames van of door concurrenten, investeringen in nieuwe producten.

5. De nv: na heel wat succesvolle (en minder succesvolle) jaren volgt een beursgang en een eerste jaarverslag als nv.

6. Keuzeonderwerpen: binnen het nieuwe examenprogramma is voor het vwo ruimte voor keuzeonderwerpen (voor de havo eigenlijk bijna niet). Hierbij moet niet alleen worden gedacht aan grote, afgebakende lessenseries maar ook ruimte voor de leraar om gedurende het ‘reguliere’ programma in te haken op de actualiteit of een bestaand onderwerp verder uit te diepen (denk aan een beleggingssimulatie met scholenstrijd.nl of plus500.nl). Daarnaast zijn er natuurlijk veel scholen die werken met games als Bizzkidz of het examen Elementair Boekhouden van de Associatie.

Elk thema start vanuit een interessante, wisselende praktijkcasus die structuur en houvast biedt voor leerlingen en docent. Begin juni verschijnen de lessen van het eerste thema ‘Geldzaken’ online.

Meld je aan!

De ontwikkeling van Cumulus bedrijfseconomie is in volle gang. Op blog.cumulus.co houden wij je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Reacties onderaan het blog worden zeer gewaardeerd. Houd het blog in de gaten, schrijf je in voor de nieuwsbrief en vraag alvast een gratis demo account aan.

In een volgende blogpost gaan we verder in op het Cumulus concept, dat gebaseerd is op vijf principes:

1. Je kunt alle inhoud downloaden, bewerken en delen binnen de school

2. Je profiteert van de bijdragen van andere docenten en de continue doorontwikkeling van platform en inhoud

3. Je werkt met een slimme combinatie van digitaal en papier

4. Jij en jouw leerlingen hebben toegang via alle devices, thuis en op school

5. Je betaalt slechts € 7,- per leerling per jaar