De rode draad in het programma

image

Geeft u ook al een aantal jaren les aan de hand van het nieuwe examenprogramma economie?

Een examenprogramma dat nog steeds niet af is.

Vorige week is eindelijk de concept syllabus voor de macro-domeinen H en I gepubliceerd (voor 2017). In de tussentijd werken we nog steeds met een ‘werkversie’ van de eindtermen van de pilotscholen die acht (!) jaar geleden begonnen. Heel Nederland is al vier jaar bezig met het nieuwe programma.

Een examenprogramma dat niet compleet is.

Sommige onderwerpen zijn wel erg karig uitgewerkt (herinnert u zich de ‘prachtige’ vraag over zelfbinding nog in het examen vwo 2014?). Andere ontbreken in het geheel in de vwo syllabus, zoals bijvoorbeeld arbeidsmarkt en werkloosheid. Arbeidsmarkt is echter wel een verplichte context en de redenering in de syllabus is dan ook als volgt: “Deze verplichting is in de syllabus niet vertaald in een verplichte opname van deze contexten in het centraal examen. Dat kan ook niet omdat in de wettekst van het examenprogramma de verplichte contexten niet zijn vermeld als onderdeel van de stof voor het centraal examen.” In de havo syllabus zijn de verplichte contexten, waaronder arbeidsmarkt, wel weer opgenomen, “als voorbeeld”. Begrijpt u het nog?

Een examenprogramma zonder rode draad.

Door de nadruk te leggen op micro is het overzicht, de structuur, de rode draad, de ‘big picture’ uit het zicht geraakt. En dat is misschien wel de grootste fout. Het programma hangt als los zand aan elkaar. En dat komt vooral door de mislukte ordening in domeinen. Het belang daarvan voor een lesmethode en voor het dagelijkse lesgeven moet niet worden onderschat.

Een lesmethode heeft een rode draad nodig die de docent en leerlingen gedurende 2 (havo) of 3 (vwo) jaar volgen. Herkent u de rode draad in deze ordening?:

A. Vaardigheden

B. Schaarste

C. Concept Ruil

D. Markt

E. Ruilen over de tijd

F. Samenwerken en onderhandelen

G. Risico en informatie

H. Welvaart en groei

I. Goede tijden, slechte tijden

Wij niet.

Het grootste probleem is dat deze ordening niet MECE (‘Mutually Exclusive, Collectively Exhaustive’) is. Klinkt ingewikkeld maar is het niet. Het uitgangspunt van het MECE-principe is dat een groep in sub-groepen wordt opgedeeld die geen overlap kennen en gezamenlijk de gehele groep representeren. “Het voorkomt het dubbel tellen of het over het hoofd zien van informatie. Het creëert maximale helderheid en maximale volledigheid.” Lijkt me toch de moeite waard om te hanteren?

Wij zien alleen maar overlap in de titels van de domeinen, die bovendien niet (altijd) duidelijk maken waar het om gaat. De keuze hiervoor zal vast iets te maken hebben met het geforceerd opgelegde principe van de context-concept benadering (iets wat voor veel docenten de normaalste zaak van de wereld is: “Natuurlijk gebruik ik actuele contexten om de soms abstracte theorie te laten leven!”)

Cumulus stelt voor om de (vereenvoudigde) macro-economische kringloop van een land als uitgangspunt te nemen. Dat is ‘het grotere plaatje’ van de economie, met verschillende partijen, markten tussen deze partijen en de onderlinge samenhang.

De docent is vrij om te kiezen maar het lijkt logisch om zo dicht mogelijk bij de belevingswereld van de leerlingen te starten: Consumenten. Van hier kan de brug worden geslagen naar Producenten en de Markt waar beide partijen elkaar ontmoeten. De rol van de Overheid komt dan al snel om de hoek kijken. Het Buitenland begint een rol te spelen in het verhaal. En Geld en Banken kan niet langer ontbreken. Het geheel komt tot slot nog een keer samen in een overkoepelend thema Macro. En natuurlijk mag een snufje Speltheorie niet ontbreken.

In het huidige ontwerp van Cumulus gaan wij daarom uit van de volgende negen thema’s:

1. Consumenten

2. Producenten

3. Arbeidsmarkt

4. Speltheorie

5. Marktvormen

6. Overheid

7. Geld en banken

8. Buitenland

9. Macro-economie

Wat vindt u hier van? Reageer onder “comments”! Alle opmerkingen en suggesties zijn welkom.